Toelichting Sofferte Onde Serene

“…We have no concept, only an impression, a series of impressions associated with an image. To the rigor of the concept I’am opposing here the vagueness of the open imprecision, the relative indetermination of such a notion…”

J. Derrida

…”Het schilderen vindt niet plaats op een plat vlak, maar op een imaginaire vlakte. Het schilderij beweegt in de geest. Het bestaat helemaal niet op een fysiek niveau. Het is een illusie, een toverkunst waardoor dat wat je ziet helemaal niet is wat je ziet”…

Philip Guston

Ik begin mijn toelichting met deze twee citaten omdat ik de overtuiging deel die hieruit spreekt: Dat het beeld een niet af te sluiten geheel is, dat het geen autonoom, uitgekristalliseerd gegeven of concept is, maar (onvermijdelijk) een hybride.
Een hybride voorstelling van zaken die het mogelijk maakt om iets te onderzoeken of te bevragen.
Wat hier volgt is een poging om via een aantal invalshoeken te komen tot een impressie van dat onderzoek. Overlappingen en zelfs herhalingen kunnen hierbij onvermijdelijk blijken te zijn.

Om te beginnen: Wat voor beeld komt er vrij wanneer het idee van matrassen als stabiele rust/slaapplaatsen wordt losgelaten? Kunnen twee weggeworpen matrassen de weidsheid, rusteloosheid en lichtval van een zeegezicht representeren wanneer dit in het ontwerp van het matras als object wordt vastgelegd. Wat betekent dat voor de representatie? Wordt deze dan nog beheerst door de relatie tussen model en kopie of eerder door associaties en gedaanteverwisselingen.
Natuurlijk gaat hier een notie aan vooraf: De notie dat het enige hedendaagse landschap/zeegezicht van betekenis gevuld wordt door vluchtelingen en tijdelijke kampementen, en dat dit onvermijdelijk de perceptie van het landschap beïnvloedt. Het landschap/zeegezicht wordt getekend door deze transitie.
Opvallend is dat, in de berichtgeving hierover in kranten, vaak foto’s worden gepubliceerd van mensen rustend op geïmproviseerde bedden. Ze hebben hun huis en haard verloren door oorlogen, natuurgeweld, of financiële crises. Deze foto’s markeren de liminale statusvan deze mensen.

Het matras is ook op zichzelf gezien al bij uitstek een plek waar liminaliteit zich voordoet , een verblijfplaats waar de overgang plaatsvindt tussen dag en nacht, geboorte en dood, wakker-zijn en droom.

In de meest recente werken probeer ik dit vorm te geven. Dit heeft automatisch ook gevolgen voor de wijze van presenteren.
Het beeld kan en mag geen simpele representatie zijn omdat dit het wezenlijke van de transitie buiten beeld houdt.: Een ervaring van tijd en ruimte die afwijkt van de normale alledaagse realiteit. De ruimte en tijd waarin begrip en twijfel, activiteit en reflectie, zwakte en kracht hand in hand gaan.
Het beeld moet juist dit belichamen. Zowel inhoudelijk als formeel. Dan wordt de
transitie zichtbaar

Het gebruik van perspectief was binnen de Westerse cultuur lange tijd een visuele gewoonte om tijd en ruimte vast te leggen. Als idee was het verbonden met de Westerse blik op de wereld. Nu is het een metafoor voor een probleem geworden: De manipulatie van de blik van de kijker.
Binnen de natuurwetenschappen is het gebruik van perspectief nog steeds onmisbaar wanneer een driedimensionale wereld moet worden gesimuleerd op een tweedimensionaal vlak/ computerscherm. En bij 3D animatie keert de analogie tussen wereld en beeld terug vanuit een omgekeerd uitgangspunt: Hier worden onze conventies van kijken niet gereproduceerd met het doel om de wereld te representeren, maar om ons mee voeren naar andere werelden.
3D printers veranderen daarbij nog eens in hoog tempo ons idee omtrent wat concreet gemaakt kan worden.
Dit werpt de vraag op of het niet mogelijk is om te spreken van een ‘postperspectief’ m.b.t. beelden, een strategie waarbij perspectief gebruikt wordt tegen haar gebruikelijke betekenis/kijkrichting in. Bijvoorbeeld als materiaal om mee te spelen; als een manier om nieuwe ruimtes te openen waarin de blik wordt uitgedaagd; of om de blik bewust te betrekken in een mise-en-scene.
Daarmee wordt perspectief niet meer dan een formule die een geheel andere betekenis kan krijgen en uitdrukking kan geven aan een andere manier van denken.

Wat gebeurt er dan als ik zo’n ‘postperspectief’, zo’n strategie loslaat op het eerder genoemde matras?
Op een gebruiksvoorwerp dat dagelijks, wereldwijd vrijwel door iedereen gebruikt wordt. Hoe intensief blijkt nog eens uit de aantallen matrassen die dagelijks in elke grote stad bij de vuilnis worden gezet. Dubbelgeklapt, samengebonden, onderuit geschoven op de grond, of krom trekkend rond een lantaarnpaal: Stille getuigen en dragers van tot nog toe aan het oog onttrokken intieme geschiedenissen die plotsklaps zichtbaar worden. Alsof de slaapkamer binnenstebuiten wordt gekeerd.
Maar ook een materieel object dat zich kan ‘voordoen’ als fundamentele abstracte schilderkunst: Een doek gespannen over een rechthoekige drager; soms een monochroom, soms met een eenvoudig- of juist veelkleurig design, of met een ingenaaid patroon/ritme.

En hier openen zich de mogelijkheden voor een ander perspectief.
Wanneer het matras als object zijn gebruiksfunctie verloren heeft wordt het een ‘tabula rasa’. Zowel de vorm als het design staan dan open voor een verschuiving in wat kan worden waargenomen. Door andere manieren van samenstellen, configureren, in elkaar zetten en belichten – door het creëren van een instabiel schilderkunstig beeld.
Als ‘cut-out’, los van een kader trotseert het beeld de precondities van de beeldwaarneming en maakt het de afbakening van de gegeven architectonische ruimte zichtbaar. Maar wordt daardoor zelf ook kwetsbaar en gevoelig voor omgevingsomstandigheden.

In de materiele presentie worden de matrassen nog min of meer correct gerepresenteerd. Hier wordt de representatie gewaarborgd door de vanzelfsprekende werkelijkheid van de zintuiglijke waarneming: Textiel representeert textiel.
Dit speelt zich af in het ‘hier en nu’, wat nog versterkt wordt doordat textiel als materiaal de psychische afstand tot het werk buitengewoon klein maakt. Het is de beschouwer letterlijk zeer nabij. Een nabijheid die ook nog eens vrijwel overal ter wereld op gelijke wijze wordt ervaren omdat alle culturen zich heel direct via textiel uitdrukken.
Dit contrasteert zeer sterk met het ‘daar’ van het werk, met dat wat wordt gerepresenteerd. De geworpen matrassen worden gepresenteerd als quasi Hollandse landschappen/ zeegezichten. Ze bootsen deze na in kleur, licht, ritme en vlakverdeling Dit is daadwerkelijk gebaseerd op waarnemingen en foto’s van de Noordzee kust.
Mimicry wordt hier ingezet als een performatief concept, een strategie om de orde en autoriteit te destabiliseren die gebaseerd is op identificatie en objectivering.

Wat zo ontstaat is een nieuwe esthetische assemblage: Een verstrengeling van informatie en vorm. Vanuit de informatie (de zeegezichten) ontstaan lijnen, punten, ruimte en tijd. Deze volgen en creëren de vorm (de matrassen) in schommelingen, golven en krommingen. De informatie schrijft zich niet in- en tekent zich niet af – maar hecht zich als een levendig vel aan de gegeven vorm.
Ruimte en tijd in deze werken zijn daardoor niet langer simpelweg meetkundig en objectiveerbaar, maar gebaseerd op omzetting en verstrengeling van informatie. ‘Hier en nu’, en ‘toen en daar’ worden begrippenparen die niet langer op een vaste manier aan elkaar gekoppeld zijn, en kunnen zich in alle verschillende combinaties voordoen.

Daarin schuilt de intrinsieke politieke dimensie van deze werken: Er treedt een verschuiving op in wat kan worden waargenomen. Richting een esthetiek en een politiek van de kleinste verschillen, van de fijnste details en het nauwelijks zichtbare; naar wat onzichtbaar blijft in de starre tegenstelling tussen ‘het hier en nu’ en ‘het toen en daar’; richting subtiele nuances die alles met elkaar verstrengelen en die kunnen functioneren als explosieve ontstekers in het weefsel van de actualiteit.

Tot slot. De werken zijn getiteld ‘…Sofferte Onde Serene…’. Deze titel verwijst naar een compositie uit 1975 van de Italiaanse componist Luigi Nono en betekent vrij vertaald: lijdende, serene golven. Maar op het gehoor afgaand zou het ook kunnen betekenen …Hij biedt serene golven aan… ( ..s’offerte onde serene…)
Binnen zijn oeuvre betekende deze compositie een breuk met zijn eerdere, meer expliciet politiek geëngageerde werken. De cruciale vraag werd vanaf toen: Wat betekent het om te luisteren? Hij verwoordde het zelf zo in 2001:

Stilte
Luisteren is erg moeilijk
Erg moeilijk om te luisteren naar anderen in stilte
In plaats van de stilte te horen, in plaats van anderen te horen hoopt men vaak zichzelf nogmaals te horen. Dat is een academische, conservatieve, en reactionaire herhaling. Het is een muur opgetrokken tegen ideeën, tegen wat op dit moment nog niet volledig te verklaren valt.
Misschien kunnen de vaste gebruiken verandert worden. Misschien is het mogelijk om het oor wakker te schudden. Om het oor, het oog, het denken, de intelligentie, en het al aan heel veel blootgestelde zenuwstelsel wakker te schudden.

Martin Fenne, januari ’17