About my work

Figures-Sleepers

In de meest recente werken, getiteld ‘sleepers’, staat de positie van de slaper centraal: Alle kleine bochten en kreukels in matrassen, lakens, dekbedden en kussens, creëren relaties die tezamen een habitat vormen. Uiteindelijk is het de habitus van de slaper die als een grote bochtige vouw dit alles samentrekt.
De realiteit manifesteert zich in deze figuren als een kabbelen van golfjes, een massa van glanzende en bewegelijke deeltjes. Maar ook als een verstijving van de spieren, een dommelen als in een staat van verdoving.

Het is allereerst de keuze voor de cut-out als presentatievorm waardoor het vrij passieve en weinig spectaculaire beeld van de slaper geactiveerd wordt. Geactiveerd t.o.v. de ruimte/muur waar het zich in/op bevindt. De 'cut-out' is daar een ondoorzichtig vlak dat de autonome waarde van kleur en vorm benadrukt. Door de ‘cut-out’ te gebruiken als manier om driedimensionale objecten te presenteren in tweedimensionale termen wordt de representatie geproblematiseerd. De representatie vlindert heen en weer tussen beeld en object. Dit wordt nog versterkt door de materiële uitwerking: Deze verleent relief aan de voorstelling waardoor het realiteitsgehalte van de representatie toeneemt. Een plooi aanwezig in het gerepresenteerde object wordt in de representatie werkelijk een materiële plooi, maar blijft tegelijkertijd grotendeels illusionair.

Daarnaast verenigen de 'sleepers' een aantal harde geometrische vormen die naast hun representatieve waarde op zichzelf beschouwd kunnen worden. Al deze vormen articuleren zich zeer nauwkeurig doordat elke vorm 'rib' voor 'rib' aan elkaar genaaid is (regelmatige plooien): Het matras kan bestaan uit een balk, kubus, of een rhombohedron ( zes ruitvormige zijden) die allen specifieke gevallen van een parallellepipedum zijn. Vanuit een verkort perspectief vormt het matras een prisma.Verder zijn de ledematen van de figuren even zoveel cilindrische vormen die onderhevig zijn aan zeer specifieke krommingen. Tegenover deze harde vormen staat de ogenschijnlijke chaos van kussens, lakens, dekbedovertrekken, en kledingstukken. Deze zijn onregelmatig geplooid en worden allen gekenmerkt door een eigen patroon. Hier is het de verstoring van het patroon dat maakt dat zij als vormen 'leesbaar' worden.

Het geboden perspectief is als een hallucinatie, en door het ontbreken van een raamwerk (zoals bij een schilderij/foto/ filmdoek) beïnvloedt het ook de waarneming van de ruimte/muur. De concrete muur verandert in de perceptie van een tweedimensionaal vlak in een driedimensionale ruimte.Weg is de context, de slaper zeilt door een onbestemde ruimte.

Piping

Paspelband( Eng; Piping), een geplooid satijn-band dat gebruikt wordt voor het afzetten van binnenvoeringen in kleding is al enige jaren om tal van redenen ideaal gebleken.

- Het legt een directe relatie met kleding, toedekken, afdekken etc.
- Het satijn dat gebruikt wordt voor binnenvoeringen, ondergoed, pyama's e.d. (intimiteit) definieert nu de buitenkant van het figuur. Dit 'binnenstebuiten keren' erotiseert het figuur.
- Het is een geplooid materiaal dat zich makkelijk laat voortzetten in meer gedifferentieerde plooien. Wat langs de rand als contour begint verschuift en verandert, golft en plooit zich terwijl een nieuwe lijn gevolgd wordt. Net zo lang totdat het een expressieve vorm produceert
- De wijze waarop het geplooide satijnband licht opvangt is afhankelijk van het uur en het licht van de dag (belichting). Door glans en schaduwwerking in het bandmateriaal ontstaan ongekende nuances in kleurtonen en licht/ donker.
- Het intensiveert vragen omtrent diepte en perspectief. Bijv. : Hoe verhoudt de reële diepte van het paspelband (eerste plooi) zich tot de bedrieglijke diepte van de gesuggereerde vorm (laatste plooi)

Martin Fenne, febr. 2011